Driepuntsperspectief tekenen leer je heel gemakkelijk, als je eerst goed in één- en tweepuntsperspectief hebt leren tekenen. Bij het éénpuntsperspectief en bij het tweepuntsperspectief lopen de lijnen van de zijkanten van objecten naar een vluchtpunt op de horizon/ooghoogtelijn. De rechtopstaande (verticale) lijnen staan bij deze vormen van perspectief gewoon loodrecht omhoog.
Bij driepuntsperpectief zullen de rechtopstaande (verticale) lijnen schuin weglopen. Als je bijvoorbeeld hoog in de lucht vliegt en je kijkt schuin naar beneden, dan zul je zien dat ook de rechtopstaande lijnen schuin weglopen (in dit geval schuin naar beneden). Hetzelfde geldt als je bijvoorbeeld op de grond ligt en naar boven naar een flatgebouw of kerktoren kijkt. In dat geval lopen de lijnen schuin naar boven naar elkaar toe.
Bij centraal 3-puntsperspectief zijn er een paar “regels”.
- Twee verdwijnpunten liggen op de horizon en één boven of onder het object
- De horizontale lijnen gaan naar het linker of rechter verdwijnpunt
- De verticale lijnen gaan schuin naar het verdwijnpunt boven of onder het object
Bekijk onderstaande video. Maak deze dus niet! Hierin wordt het verschil tussen 1,2 en 3-puntsperspectief uitgelegd. Vervolgens maak je oefening 3.1 daaronder.
In onderstaande video kun je zien hoe je met het 3-puntsperspectief kunt werken.
Oefening 3.1
Bekijk onderstaande video en teken weer mee tot 6:15 ( 3 gebouwen).
Je hebt nu zelf één tekening in 3-puntsperspectief gemaakt.
Maak een foto van je tekening en voeg deze toe aan
Hoofdstuk 3 Oefening 3-puntsperspectief van je procesverslag.
Leerdoel
Aan het einde van deze opdracht kan ik:
- Uitleggen wat 3-puntsperspectief is en hoe het verschilt van 1- en 2-puntsperspectief.
- De drie verdwijnpunten correct toepassen in een tekening (twee op de horizon, één boven of onder het object).
- Een object tekenen in 3-puntsperspectief waarbij horizontale lijnen naar de juiste verdwijnpunten lopen en verticale lijnen schuin naar het bovenste of onderste verdwijnpunt.