Schetsen: Maak tenminste 3 verschillende schetsen waarin je laat zien hoe je ‘onderweg’ wilt gaan verbeelden. Zorg ervoor dat de gekozen 3 woorden uit de oriëntatie terug te zien zijn.
Definitief ontwerp: Je hebt nu verschillende ideeën onderzocht. Bekijk je resultaten en geef aan welke schets je wilt gebruiken als basis voor je werkstuk. Schrijf een beschrijving over hoe je ‘onderweg wilt verbeelden. Gebruik hierbij de begrippen voorstelling, vormgeving, materiaal en techniek.
Maak van je definitieve ontwerp een ontwerptekening in kleur. Lever deze in bij je docent.
Onderzoek de onderstaande beeldende begrippen en laat ze terugkomen in je 3 schetsen. Per schets zoek je 1 begrip over voorstelling en 2 over vormgeving die passen bij jou schetsen. Schrijf deze begrippen in je verslag bij hoofdstuk 2 en probeer in eigen woorden uit te leggen wat ze met jouw schets te maken hebben.
- Voorstelling
- Vormgeving (Vorm, kleur, compositie, materiaal en techniek)
- Vorm: https://tekenlokaal.jouwweb.nl/beeldaspecten/vorm
- Kleur: https://tekenlokaal.jouwweb.nl/beeldaspecten/kleur
- Compositie: https://tekenlokaal.jouwweb.nl/beeldaspecten/compositie
Maak foto’s van je schetsen en voeg ze toe aan hoofdstuk 2 van je procesverslag.
Lever de schetsen voorzien van naam en klas in bij je docent.
Definitief ontwerp
Je hebt nu voorstelling, vormgeving, materiaal en techniek onderzocht. Bekijk je resultaten en geef aan welke schets je wilt gebruiken als basis voor je werkstuk.

Beschrijf hoe je onderweg gaat verbeelden in je werkstuk.
Denk hierbij aan:
- Voorstelling
- Vormgeving (vorm, kleur, compositie)
- Materiaal en techniek.
Maak hiervan ook een ontwerptekening in kleur. Lever deze ook in bij je docent
Voeg stap 4 toe aan hoofdstuk 2 van je procesverslag.