Oriëntatie Beestenboel

Oefening 1 – Stap voor Stap

Op de hoofdpagina heb je al kunnen lezen wat structuren en texturen zijn. Bij deze opdracht ga zelf ervaren wat het is en waar je ze allemaal tegen kunt komen.

  1. Neem een A4 printerpapier
  2. Gebruik een 4B potlood
  3. Zoek minimaal 15 dingen met structuur
  4. Leg je vel papier erop
  5. En ‘kleur’ over het voorwerp met structuur: dit noemen we rubben.
  6. Noteer erbij waar je een rubbing van hebt gemaakt.
  7. Als je dit hebt gedaan, maak je er een foto van en voeg je toe aan je verslag.

Oefening 2

Zoek in tijdschriften of kranten, reclamefolders of online 10 verschillende structuren. Plak deze netjes op een A4 papier. Als je dit hebt gedaan maak je er een foto van voor in je verslag.

Schrijf erbij of het een Organische(natuurlijke) of een Geometrische(kunstmatige) structuur is.


Oefening 3

Teken in een blok de volgende structuren: Organische, geometrische en fantasie structuur. Als dit af is maak je een foto en voeg je deze toe aan je verslag.

  • Teken hiervoor een tabel van 18 x18 cm
  • Elk vakje is 6 x 6 cm
  • Per rij komt er een andere structuur. Dus een organische, geometrische en fantasie structuur 
  • In elk vakje komt een andere variant van een structuur