Oriëntatie perspectief

ORIËNTATIE PERSPECTIEF

Betekenins Perspectief: de kunst om voorwerpen af te beelden op een plat vlak, zoals ze door het oog van de kijker worden waargenomen

Het is voor de mens niet mogelijk diepte vanuit één bepaald gezichtspunt waar te nemen. Dat wij toch ‘diepte’ zien, ligt voor een deel aan het feit dat wij twee ogen hebben en dus niet exact uit één punt waarnemen en voor een deel de waargenomen beelden interpreteren

Zien wij bijvoorbeeld twee gebouwen, terwijl het ene gebouw afgesneden wordt door het tweede gebouw, dan weten we uit ervaring dat dit tweede gebouw vóór het eerste staat. Ook lijken voorwerpen kleiner naarmate ze verder weg liggen. Van deze interpretaties maakt een kunstenaar gebruik om diepte in een plat vlak te suggereren.

Atmosferisch perspectief

Behalve de vormen zijn ook de kleuren van belang voor ruimtesuggestie. Door het aanbrengen van schaduwen kun je de ruimtelijke vorm laten zien van de voorwerpen. Ver weg gelegen voorwerpen schijnen enigszins blauwachtig op van kleur, terwijl de contouren vervagen, een verschijnsel dat Leonardo da Vinci atmosferisch perspectief noemde en dat bijvoorbeeld in de landschapsschilderkunst gebruikt wordt om een grote afstand te suggereren.

Lineair perspectief
Het (wetenschappelijk of lineair) perspectief, ook wel centraalperspectief genoemd, is een op de wiskunde gebaseerd systeem, waardoor het mogelijk is om voorwerpen en figuren op een plat vlak zodanig weer te geven dat zij driedimensionaal lijken te zijn. Er wordt ruimte en diepte wordt gesuggereerd. 

Een belangrijk begrip bij het centraalperspectief is de horizon, een horizontale lijn die op ooghoogte ligt. Is de horizon extreem hoog gesitueerd, dan spreekt men van een vogelvluchtperspectief; ligt hij extreem laag, dan noemt men dit kikvorsperspectief.

Het meest kenmerkende van het centraalperspectief is dat lijnen die in werkelijkheid evenwijdig lopen, op de tekening in één punt bijeenkomen. Dit is het verdwijnpunt of vluchtpunt.

Historie

In 1415, de vroege renaissance, ontwikkelde de Florentijnse architect Brunelleschi (1377-1446) het lineair- of centraalperspectief (ook wel renaissanceperspectief genoemd), dat geometrisch geconstrueerd kan worden en niet afhangt van individuele interpretatie van de mens.

Tot die tijd was dit niet mogelijk en werden gebouwen en mensen willekeurig en vanuit verschillende gezichtspunten op een afbeelding neergezet. Je kon taferelen van onderen, van boven en van opzij in één afbeelding afgebeeld zien. Je moet als het ware van links naar rechts mee lopen met het beeld om het qua perspectief te laten kloppen. De ontdekking van Brunelleschi leverde erg nauwkeurige en nauwgezette beelden op.

Dat juist een architect dit ontwikkelde, is begrijpelijk, omdat de grootste perspectivische problemen zich voordoen bij het weergeven van geometrische figuren (rechte lijnen, rechthoeken, vierkanten en cirkelbogen), zoals die in gebouwen en interieurs verwerkt worden.