Oriëntatie Vermaak

Laat je inspireren door de teksten en afbeeldingen in het magazine.

Je oriënteert je bij dit onderdeel op verschillende mogelijkheden om een werkstuk te maken waarin je het subthema Vermaak verbeeldt die je hebt gekozen.

  • Mijn ideale vermaakplek
    → Verbeeld een plek waar jij je het liefst vermaakt. Denk aan een festival, gamewereld, natuur, sportveld, etc.
  • Interactief vermaak
    → Ontwerp een werk dat de toeschouwer uitnodigt om iets te doen, voelen of ontdekken. Bijvoorbeeld een spel, puzzel, of een werk met bewegende onderdelen.
  • Vermaak dat raakt
    → Maak een werk dat laat zien hoe vermaak emoties oproept: vreugde, nostalgie, spanning, troost…
  • Lering én vermaak
    → Combineer vermaak met een boodschap of les. Bijvoorbeeld een werk dat iets leert over geschiedenis, duurzaamheid, of sociale thema’s op een speelse manier.
  1. Maak een woordweb aan de hand van je subthema en zet dit in je tekenschrift. ( minimaal 15 woorden)

1.2. Markeer of omcirkel tenminste drie mogelijkheden waarop jij je wilt oriënteren.

1.3 Maak een (digitaal) ideeënblad. Zoek bij elk van de drie mogelijkheden uit 1.2 tenminste vijf afbeeldingen/ plaatjes welke je verder helpen om op ideeën te komen. Maak gebruik bv Google of Pinterest. Dus in totaal minimaal 15 plaatjes.

Maak foto’s van je woordweb en je ideeënblad en voeg deze toe aan hoofdstuk 1 Oriëntatie van je procesverslag.